Stichting vrienden van het Witte-orgel Beusichem
Het Witte orgel

Het huidige orgel werd in 1858 geleverd door de firma J. Bätz en Co. te Utrecht. Het bedrijf stond vanaf 1849,na het overlijden van zijn compagnon Jonathan Bätz, onder de leiding van Christian Gottlieb Friedrich Witte. Het orgel is een tweeklaviers instrument met een aangehangen pedaal.

Speeltafel

De dispositie luidt als volgt:

Hoofdmanuaal
Prestant 8: C-G front, Gis en A binnen, afgevoerd, B-h1 front, c2-f3 lade
Bourdon 16: C-H op aparte lade (eiken), c-h afgevoerd (eiken), c1-f3 metaal, op de Iade
Fluit travers 8: C-e gecombineerd met Roerfluit 8 vanaf c metaal
Roerfluit 8: C-H eiken, afgevoerd; vanaf c metaal
Cornet disc. 5 st.: verhoogd op twee banken; samenstelling: 8, 4, 2 2/3, 2, 1 3/5
Octaaf 4
Quint 3: f1-f3 overblazend
Fluit 4: C-h1 met roeren; c2-f3 open, conisch
Woudfluit 2: C-e1 geheel open
Mixtuur 5 st., samenstelling:
	C 	Fs 	fs0 	fs1 	fs2
	2  	2 2/3	5	5 1/3	8
	1 1/3	2	2 2/3	4	5 1/3
	1	1 1/3	2	2 2/3	4
		1	1 1/3	2	2 2/3
			1	1 1/3	2

Trompet (Bas en Discant): stevels metaal.

Bovenwerk
Prestant 8: C-Fs front, Fs en G binnen; Gs-a1 front; b1-f3 lade
Gamba 8: C-Fs gecombineerd met Holfluit; vanaf G tin
Holfluit 8: C-H eiken (afgevoerd); vanaf c metaal
Salicet 4
Nasard 3: C-h roerfluit; c1-f3 open conische fluit
Fluit 4: C-h1 met roeren; c2-f3 open, conisch
Gemshoorn 2: geheel open

Pedaal
aangehangen aan hoofdmanuaal

Stomme registers: Manuaalkoppel en Ventiel

Manuaalomvang: C-f3
Pedaalomvang: C-c1

De klavierligging is klassiek: het bovenklavier ligt in de kas, het onderklavier erbuiten. De maatvoering van de manualen oogt ook nog heel klassiek. De windvoorziening bestaat uit een grote magazijnbalg met een inspringende en een uitspringende vouw. Onder de balg zijn twee schepbalgen bevestigd. Deze kunnen de balg van wind voorzien d.m. v. een balans- trapinstallatie. De winddruk bedraagt 90 mm waterkolom.
De stemming is gelijkzwevend en de toonhoogte 440 Hz op a.
Het pijpwerk is gemaakt van orgelmetaal met een hoog loodgehalte, behalve de gamba van het bovenwerk en de frontpijpen. die een hoog tingehalte hebben. Het gedekte pijpwerk bezit rond geritste labia, de open pijpen spits geritste labia. De kernen zijn van vrij veel kernsteken voorzien.
Van enige Franse invloed is reeds sprake. Veel pijpen zijn voorzien van expressions en de quint 3 vt. en de woudfluit 2 vt. van het hoofdwerk zijn vanaf f overblazend (de magazijnbalg met schepbalgen is natuurlijk ook een uitvinding van A. Cavaillé-Coll).

De oorspronkelijke nasard 3 vt. van het bovenwerk is ooit, waarschijnlijk in 1916, vervangen door de toen modieuze voix celeste. Bij de restauratie in 1996/1997 is deze verwijderd en is de nasard 3 vt. gereconstrueerd. Veel frontpijpen hebben overlengte en een klein deel is niet sprekend.

Bron: H. Koemans (april 1997) Het orgel van de N.H. Kerk te Beusichem, eigen uitgave restauratiecommissie te Beusichem.



Achtergrondinformatie

Meer lezen:

1. Over de orgelbouwers Witte (PDF-bestand)

2. Over orgeladviseur J.B. Litzau (PDF-bestand)

3. Over de plaats van dit orgel in de ontwikkeling van de orgelmakers Witte (samenvatting van een artikel van P. & R. van Dijk in Het Orgel) [opent in nieuw scherm].

4. Meer foto's op De Orgelsite [opent in nieuw scherm].